Een sierraad in Limburgs
landschap

Kom kijken!

Dagelijks is de molen geopend en twee keer per maand, meestal op de 2e en de laatste zaterdag van de maand, is de molenaar aan het werk. Hij zal u graag uitleg geven over de molen. Geïnteresseerden zonder hoogtevrees kunnen samen met de molenaar desgewenst de molen tot aan de nok beklimmen. Daar kan de molenaar u ook vertellen waarom boven in de molen stukjes varkensspek liggen.…
Zonder gids is de molen vrij toegankelijk tot de tweede verdieping. U heeft dan tevens toegang tot de omloop, die een fraai uitzicht biedt over maar liefst drie landen!

Een stukje molenhistorie

Het Eiland in de Maas is een bijzondere plek. Het heeft niet alleen spannende nieuwe natuur langs de grindwinningen en historische dorpen, maar ook een historische molen. De Hompesche Molen is namelijk de enige molen in de omtrek die bewaard is gebleven.
De imposante, bijna driehonderd jaar oude graanmolen, dateert uit 1722, ligt midden op het eiland in de Maas en is de hoogste molen van Limburg. Indrukwekkend zijn de dikke muren, de reusachtige houten balken, de raderen en het enorme vernuft waarmee de molen is gebouwd.

Edelman of uitbuiter?

In 1719 kocht graaf Reinier Vincent van Hompesch de heerlijkheid Stevensweert en Ohé en Laak. Als nieuwe Heer wilde hij natuurlijk al zijn rechten uitoefenen, maar hierbij miste hij zijn eigen banmolen. De inwoners van Stevensweert lieten namelijk malen op de militaire molen en daarover had de graaf geen zeggenschap. Zijn oplossing was even simpel als doeltreffend. In 1722 liet hij een grote nieuwe stellingmolen bouwen: de Hompesche Molen. De graaf verplichtte alle inwoners hierop te laten malen en spande tegelijk een proces aan tegen de schout van Stevensweert. De graaf won het proces en de militaire molen op de vestingwal werd korte tijd later afgebroken. De molendwang werd een belangrijke inkomstenbron voor Graaf van Hompesch. Alle inwoners waren verplicht hun graan, tegen betaling uiteraard, te laten malen op de molen.

37 meter schoon aan de haak

De Hompesche Molen is een imposant en sierlijk bouwwerk en werd gebouwd voor 2625 rijksdaalders. De molen telt 8 verdiepingen, te bereiken via smalle, steile trappen. Het onderste gedeelte diende vroeger tevens als gevangenis. Als je vanaf de dijk door de poort binnenstapt, sta je eigenlijk al op de eerste verdieping. Hier bevond zich vroeger de oliemolen. Daarboven ligt de zolder voor graanopslag.
Nog een verdieping hoger bereik je de maal- of meelzolder. Hier kun je naar buiten om op de stelling te genieten van 360 graden spectaculair uitzicht. Op deze galerij staat ook de kruilier, waarmee met weinig kracht de gehele bovenkap gedraaid kan worden om zo de wieken op de wind te zetten. Boven de maalzolder ligt de ‘steenzolder’. Drie koppels zware stenen aangedreven door de machtige verticale as uit de kap, zorgen hier voor het eigenlijke maalwerk. De constructie lijkt eenvoudig maar zit toch ingenieus in elkaar.
Nog één verdieping hoger bereik je de zolder waar de koningsspil wordt aangedreven door het grote tandwiel van de wiekenas. De molenkap bevindt zich zo’n 23 meter boven de begane grond. Met de wieken meegeteld is de hoogte van de molen bijna 37 meter en dat maakt de molen tot de hoogste van Limburg!

Van graan- tot baggermolen

De Brasserie en het bezoekerscentrum de Hompesche Molen zijn gevestigd in het voormalige molenhuis. De ‘graankamer’ is een herinnering aan het roemrijke verleden van de molen.
Tot enkele tientallen jaren geleden was landbouw tenslotte de belangrijkste economische functie op het Eiland in de Maas. In het kleinschalige landschap verbouwden de boeren graan dat ze maalden in de Hompesche Molen.
De huidige eigenaar van de Hompesche Molen is Natuurmonumenten.

Bron: Molens op het Eiland in de Maas, Panheel Groep – juli 2000

Hompesche Molen speelt hoofdrol in luisterrijk verhaal

Sieraad in Limburgs landschap

De Hompesche Molen ligt op het Eiland in de Maas bij Stevensweert. De 300 jaar oude graanmolen is de hoogste in zijn soort in Limburg. De bijzondere maalinrichting speelt de hoofdrol in een luisterrijk verhaal over de molen en zijn omgeving.

*Tekst: Michiel Purmer en Annelies Spanhaak Fotografie: Natuurmonumenten
molen_verhaal_01

Anno 1721 en 1722

heeft de generael Hompesch de steene wintmolen opt Eylandt van Stevensweert doen maken, hebbende dat goet gekocht van mijnheer den Graaf van Stirum. Aldus dokter Michiel Korsten, arts in het
nabijgelegen Belgische stadje Maaseik, in zijn bewaard gebleven dagboekaantekeningen.

Nu, bijna drie eeuwen later, staat de zogenoemde Hompesche Molen nog
altijd fier overeind. Het bouwwerk heeft de eeuwen getrotseerd en is daarmee een tastbare herinnering aan de grotendeels verdwenen buitenplaats de Walburg.

De geschiedenis van de Hompesche Molen begint met Herman Frederik van den Bergh (1600-1669), heer van de nabijgelegen vestingstad Stevensweert. Hij liet voor zichzelf en zijn vrouw Josina Walburgis een paleisje bouwen in de uiterwaarden van de Maas. Het fraaie kasteel staat bekend als de Walborg, genoemd naar Josina.

In 1719 kocht Reinaert Vincent de Hompesch (1660-1733) de heerlijkheden Stevensweert en het nabijgelegen Ohé en Laak met de Walborg. Deze graaf, die als militair carrière had gemaakt, was niet alleen opgeklommen tot generaal veldmaarschalk in keizerlijke dienst, maar ook gouverneur van Den Bosch in naam van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

molen_verhaal_02

Grote staat

De Hompesch nam zijn intrek in de Walburg en hield er een grote staat op na. Hij breidde het kasteel fors uit, onder andere met een paardenstal voor 24 paarden. Ook verrijkte hij de omtrek van het gebouw met tuinen, lanen en grachten. Oude kaarten uit deze periode tonen een carrévormig kasteel in een uitgebreid, geometrisch ensemble.

Dezelfde Reinaert Vincent liet de molen in 1721 – 1722 bouwen. De windmolen van het type stellingmolen heeft een ronde bakstenen romp. Cornelis van der Leeuw uit Zaandam bouwde de maalinrichting. Er werd dus molenexpertise uit Holland ingevlogen. Geen toeval, want in het bestek was bepaald dat voor het technische werk iemand uit Holland moest komen omdat op de beste en gebruykste Hollantse manier te helpen en te doen maken.

Locatie

De locatie is met zorg gekozen. Uiteraard was wind belangrijk, dus een hoge vrijliggende plek was logisch. Maar de molen werd ook precies in de zichtas van een van de lanen van de Walburg gesitueerd, opdat de maalderij vanuit het kasteel zichtbaar was. Het fraai uitgevoerde bouwwerk telt zes verdiepingen: een souterrain met daarboven vijf zolders. Het is daarmee de hoogste molen in Limburg. De Hompesche had in het verleden meer en minder voor de hand liggende functies. In de eerste plaats was zij natuurlijk maalinrichting. Er werd graan gemalen en oliezaad geslagen. Maar het was ook een zogenoemde banmolen: pachters van de heerlijkheden Stevensweert en Ohé en Laak waren verplicht er tegen betaling hun graan te laten malen. Daarnaast had de molen een niet alledaagse functie. Een van de ruimten moest, als dat nodig was, als gevangenis worden ingericht. Reden waarom de molenaar werd geacht deze ruimte permanent leeg te houden. Het betreffende vertrekje is nog altijd te zien. Niet bekend is hoe vaak het als gevangenis dienst heeft gedaan.

EIND 20E EEUW VERDWENEN DE LAATSTE BOVENGRONDSE RESTEN VAN KASTEEL DE WALBURG (FOTO 1919, BEELDBANK RCE).

molen_verhaal_groot

Bewogen geschiedenis

De Hompesche Molen kent een bewogen geschiedenis. In de Franse Tijd bood de molen onderdak aan kruisheren uit het nabijgelegen Maaseik. De religieuzen, verbannen door de Franse Revolutie, zouden in de laan naar de Walborg hun brevier hebben gebeden, terwijl de molenaarsknecht de wacht hield. Vanuit de kap van de molen speurde de knecht de omgeving af op zoek naar revolutionairen. De maalderij is tot op de dag van vandaag een markant en hoog punt in de omgeving. Dat maakte de molen in het verleden kwetsbaar, bijvoorbeeld voor natuurgeweld. Het verhaal gaat, dat de molenaar tijdens heftig onweer door de zes etages ging met een koperen belletje. Dat belletje,
speciaal gewijd in Rome, moest het gebouw beschermen tegen blikseminslag
en brand.

Oorlog

Niet alleen natuurgeweld vormde een bedreiging, ook het menselijke geweld van de Tweede Wereldoorlog. Oktober 1944 werd de molen beschoten door Engels geschut vanuit de al bevrijde Belgische kant van de Maas.

De maalderij raakte zwaar beschadigd, maar zou uiteindelijk gerestaureerd worden waarbij in het mechanisme meteen ook technische verbeteringen werden aangebracht. Een gedenksteen herinnert aan de afsluiting van deze opknapbeurt in 1949. Toch verkeerde de molen enkele decennia later weer in deplorabele staat, waardoor in de periode 1975-1977 een volgende restauratie noodzakelijk was. Eerder dit jaar, op 17 maart, is de Hompesche Molen door Maasgrind BV overgedragen aan Natuurmonumenten. De vereniging en de gemeente Maasgouw hebben daarbij de intentie uitgesproken de maalinrichting opnieuw te restaureren om haar veilig te stellen voor de komende 300 jaar.

Hoe verging het intussen de Walburg? Toen de laatste Van Hompesch het complex in 1919 verkocht verkeerde het kasteel al in verval. Kort na de verkoop werden vloeren, schoorsteenmantels en deuren doorverkocht en uit het gebouw gesloopt. In 1924 werd de Walburg grotendeels afgebroken en na verdere verwoestingen in WOII resteerde slechts een ruïne. Door de beoogde grindwinning op die plek viel voor het kasteel definitief het doek. Eind
20e eeuw verdwenen de laatste bovengrondse resten. Gelukkig resteert de aanleg van het terrein: de grachten, de oprijlaan en de vormen van de 18e eeuwse tuin in het landschap.

Herstelplan

Natuurmonumenten verwierf het terrein enige jaren geleden. De vereniging heeft Heukelom Verbeek Landschapsarchitecten een plan laten opstellen om kasteel de Walburg weer beleefbaar te maken. Het herstellen van de oude lanen en het zichtbaar maken van de vroegere tuinvakken vormen onderdeel van dit plan. Ook zouden de contouren van het kasteel weer zichtbaar moeten worden gemaakt en moet een uitkijktorentje herinneren aan het oorspronkelijke toegangstorentje dat de vermaarde architect Pierre Cuypers in de 19e eeuw aan het kasteel had toegevoegd. In de voornemens speelt de Hompesche Molen zelf ook een bescheiden rol; herstel van de laan en de zichtas van het kasteel naar de molen kan de eeuwenoude band tussen kasteel en molen herstellen.

Literatuur

Sangers, W. & A.H. Simonis (1955) Er ligt een eiland in de Maas. Geschiedenis van Stevensweert en Ohé en Laak. Herdruk 1978, Gysbers en Van Loon, Arnhem. Stenvert, R. et al. (2003) Monumenten in Nederland. Limburg. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist/ Waanders, Zwolle. De Nederlandse molendatabase via www. molendatabase.nl

Michiel Purmer en Annelies Spanhaak zijn medewerkers van de vereniging Natuurmonumenten.

EEN BEZOEK AAN DE MOLEN?

Op de 2e en laatste zaterdag van de maand kunt van 12.00 u. tot 17.00 u. de molen in bedrijf komen bezichtigen.